Soms heb je van die dagen dat andere mensen je niet lijken te zien; je bent plots onzichtbaar. Onzichtbaar voor de voorbij razende auto’s aan het zebrapad, onzichtbaar in de rij aan een loket-kassa-bankautomaat..
Terwijl; je zit prima in je vel en je trotseert vol optimisme de supermarkt. Ook de zon laat je niet uit je hoofd jagen door de langzaam voorbij kruipende grijze wolkenmassa. Ondanks al dat positief denken en doen, denken toch een aantal dames en heren op leeftijd dat ze met hun rol-loop-wandel-rekken dwars door je heen kunnen rollen. Vandaag was zo’n dag; en het stomme is dat ik altijd achteraf pas weet wat ik had moeten zeggen. Maar op het moment zelf ben ik altijd met stomheid geslagen.
Zie ik er dan uit als iemand waar je doorheen kan lopen? Of wek ik zo’n agressie op dat je door me heen wil lopen? Of hebben deze dames en heren op leeftijd een veel drukker bestaan dan iemand van in de twintig? Misschien dat daarom ze altijd rechtdoor moéten; elke bocht of ontwijking is natuurlijk extra tijd, tijd dat ze niet hebben!
Het beste zou zijn als ze een fietsbel of toeter op hun loop-wandel-rol-rek plaatsen, zodat doorzichtige mensen, zoals ik, gewaarschuwd zijn en op tijd opzij kunnen springen. En ook om dan één van mijn, van te voren bedachte slagzinnen, deze wegpiraten na te roepen. Zodat mijn doorzichtige stappen weer helder en duidelijk te zien zijn.
